Het Groene Kanaal, ook wel Stroomkanaal Hackfort genoemd

door Dik Borgman (aangevuld door Wim Regelink)

“Naar aanleiding van mijn artikel in de Vordense Kronyck van april 2000 over de ruilverkaveling Warnsveld, kreeg ik van dhr. Jan Lamers uit Wichmond een aantal vragen over de aanleg van het Groene Kanaal, in het begin van de jaren 1950. Precieze datums over aanleg, uitvoering en oplevering, alsmede cijfers over vergoeding en kosten kan ik niet geven. Daarvoor moet men de archieven van het waterschap en provinciale waterstaat raadplegen. Voor artikelen en foto's verwijs ik u naar de redactie archieven van het toenmalig Zutphens dagblad, Graafschapbode en andere kranten. Wat ik u ga vertellen komt deels uit mijn eigen geheugen en is verder gebaseerd op wat ik van anderen heb gehoord.”

Zo begon de brief van Dik aan Jan Lamers op 19 maart ik denk in het jaar 2000 of iets later. Voor mij (Wim Regelink) is dit een interessant verhaal want ik heb dit ook meegemaakt, maar ik was toen 6 jaar. Hierna vervolgt de brief van Dik en als ik meen dat een aanvulling nodig is doe ik dat cursief.

De aanleg van het Groene Kanaal was een tamelijk groot karwei, maar in vergelijking met de Zuiderzeepolders, een peulenschil. De tijd van schop en kruiwagen lag achter ons. De graafwerkzaamheden gebeurden met draglines en het vervoer van de grond met vrachtauto's. Er werkten voor onze begrippen weinig mensen aan en deze waren voor het grootste deel in dienst van aannemersbedrijf Zanen en Verstoep die het werk klaarde. Een deel van deze werklieden werd ondergebracht in de omgeving en gingen alleen in de weekeinden naar huis.

De draglines werden voor een deel gehuurd van particulieren die hun eigen machines bestuurden (zzp’ers). Deze machinisten waren ergens in de kost of hadden hun caravan (een soort woonwagen, WR) ergens staan. Machinist Floor was in de kost bij oma Olthof van de Touwerij. Een ander had zijn caravan staan bij Lebbink in Wichmond. Ook café Krijt in Wichmond had van deze kostgangers, hoewel ik geloof nog niet met de aanleg van het Groene Kanaal, maar wel bij de ruilverkaveling en ook bij de dijkverhoging langs de IJssel. Dat deze mensen niet alleen oog hadden voor hun werk was duidelijk. Een van hen nam de dochter van de toenmalige molenaar/kruidenier uit Wichmond als zijn vrouw mee uit het rivierengebied.

Dat werk met die draglines was mooi om te zien. Die losse, zware ijzeren bakken, opgehangen aan een aantal staaldraden aan een lange giek en die door een lier in de grond werden getrokken. Men kon er veel mee, zelfs zware stobben van grote bomen werden uit de grond gegraven. Dat er wel eens van die bakken stuk gingen was geen wonder, maar daar had Besseling in Vierakker (smid aan het begin van de Koekoekstraat, WR) dan weer werk aan. Op zaterdagmorgen waren de machinisten druk met onderhoud. Staaldraden vernieuwen, doorsmeren, olie verversen. Het zand van de dijken kwam voor een deel uit het kanaal zelf, de rest werd aangevoerd.

Het tracé kan men grofweg verdelen in drie gedeelten. Het eerste deel vanaf de Hackfortse beek tot voorbij kasteel ’t Suideras was het hoogste gebied en is gedeeltelijk nog door de grond gegraven. Het middelste en kortste stuk ligt op de scheiding van een hoge es en de lagere broek gronden. Ook daar kreeg men nogal wat zand van de es. Deze es heette het Hoge Norre (waarschijnlijk afgeleid van de naam van de akkers op het noorden, hetgeen ik afleid uit wat ik eens op een oude kaart zag). Het laatste stuk door de koppelmaten en het Heerlerbroek ligt vrijwel op het maaiveld tussen dijken.

De binnenkant van de dijken en de bodem zijn bekleed met klei die van elders werd aangevoerd. Het aantrappen van de  klei deed men met zware Belgische paarden. De firma Woerts uit Hengelo (Gld) zorgde daarvoor (in de kantlijn staat hier G.H. Iemand uit Didam. G.H. betekent denk ik Gert Heuvelink, WR). Een paar jaar geleden heeft men de hele binnenkant van het kanaal en de dijken opnieuw met zware klei bekleed. De kwel is hierdoor wel wat minder geworden dan voorheen. Hiervoor heeft men geen paarden meer gebruikt maar hydraulische kranen, een op elke dijk en een op de bodem van het kanaal.

Voor de graafwerkzaamheden bij de aanleg heeft men eerst vijf bruggen gebouwd. Een in de Beckenstraat, een aan de Vierakkersestraatweg en dan nog drie bruggen voor ontsluiting van percelen die achter het kanaal kwamen te liggen. Van deze drie is er na de ruilverkaveling een buiten gebruik gesteld door betere verkaveling van de percelen. Tevens heeft men bij de bovenloop van het kanaal een verdeelwerk gebouwd Hackforter beek (ik denk Baakse beek, WR). Daarnaast dubbele sluisdeuren bij de Z-E weg (de Elterweg, WR) en een doorlaat in de IJsseldijk. Een is een vaste, met de hand bediende deur, de andere een automatische. Deze gaat open of dicht naar gelang de waterstand in kanaal of IJssel.

De bruggen zijn gebouwd op betonpalen die in de grond zijn geheid en op brughoogte zijn blijven staan. Hierop heeft men een bekisting gemaakt en dwarsbalken gestort. Daarop heeft men het wegdek gestort en later de bekisting weggehaald. Later zijn de dijken en de opritten voor de bruggen gemaakt. Precies zoals men dat nu ook nog doet bij op- en afritten tot viaducten over autosnelwegen. In die tijd hadden de meeste boeren nog paarden, de eerste tractoren begonnen te komen, en dan was het wel even wennen om met zware vrachten hooi of koren tegen die opritten naar boven te gaan. Maar ook naar beneden was het opletten.

Bij de bouw van de brug is de Vierakkersestraatweg naast de brug door het bos geleid.  Men reed over ijzeren rijplaten en bij nat weer was het wel een modderpoel en kreeg men de schoenen vuil als men naar de kerk ging (ook als men naar school ging, WR). Tegenwoordig is zoiets niet meer mogelijk. Nu belt men de politie al als er een kluit op de weg ligt. De enige weg die is vervallen, omdat ze door het kanaal doorsneden werd, was het fietspad dat begint bij het voormalige café Java aan de Vierakkersestraatweg tegenover ‘t Suideras. Misschien was het vroeger een oud kerkepad. Dat weggetje loopt tot de voormalige boerderij de Touwerij waar vroeger rietdekker en huisslachter Olthof woonde en houdt daar nu op.

Vroeger kon men daar verder over Olthofs kamp, langs de voormalige jachtopziener van ‘t Suideras. Onder aan de kamp kwam men door een laaggelegen houtsingel, door de schooljongens “het dal van Josefat” genoemd. En tenslotte kwam men uit op de Boshuisweg bij boerderij de Zeiskamp. Het eerste deel van het kanaal is gegraven door overwegend bosgebied van ‘t Suideras. Daar zijn nogal wat bomen gekapt; waar nu de vijver ligt stonden zware beukenbomen. Het is later weer aangepast en het is  nu weer een heel mooi gebied. Op de scheiding van de es en de broekgronden was een houtsingel en daar stond een aantal populieren. Later, met de ruilverkaveling is vanaf ‘t Suideras tot bijna aan Z-E weg (den Elterweg, WR) een nieuwe houtsingel geplant. Ook daar is het veel mooier geworden dan het ooit is geweest. In het laatste gedeelte zijn nog al wat percelen doorsneden en dat gaf nog al wat overlast voor de eigenaren. De grondeigenaren kregen een vergoeding voor de grond die ze kwijtraakten. Van omrijschade heb ik in die tijd niet gehoord.

Een ander zeer schadelijk gevolg was de doorsnijding van de Runneboomslaak in het broekgebied. De bovenloop moest toen afwateren naar de Baaksebeek in de Kempe (Broekweg, WR) , maar water loopt niet tegen een heuvel op. Het gevolg was zeer natte percelen. Er werd toen, naar goed Nederlands gebruik, een commissie gevormd die daar wat aan moest proberen te doen. Hierin hadden o.a. zitting: mv. Van Nispen tot Sevenaer-Ruis de Berenbroeck van het Suideras, Toon Nijenhuis van het Meckeveld, rijkslandbouw voorlichter, Derk Heuvelink en Jan Borgman van ‘t Spieker (mijn vader). Veel heeft het allemaal niet uitgehaald. De verbetering kwam in de jaren zestig. Toen werd  met de ruilverkaveling de ontwatering drastisch verbetert, drainage aangelegd en de percelen opnieuw ingedeeld.

Ook in die tijd was er wel weerstand tegen aanleg. Dat is iets van toen en nu en van alle tijden. De
grondeigenaren vonden dat het gemaal aan de Z-E weg van de Baakse beek zwaarder en groter moest, met meer capaciteit om al het water dat werd aangevoerd in de IJssel te malen. Dat vond men echter te duur. Van natuur, milieu en bomenbelangen groepen had men toen nog niet veel gehoord! Men moet niet vergeten dat wij toen nog maar pas de Tweede Wereldoorlog achter de rug hadden, de oorlog in Indonesië pas hadden verloren en Europa met Marchall-hulp weer op de been werd geholpen. Alles was gericht op wederopbouw. De Baakse Overlaat moest worden gedicht in belang van boer en burger.

De kiem van de grote welvaart in Nederland is toen gelegd met name door de energie en werkdrift van boeren, burgers en buitenlui. Een volk dat leeft bouwt aan zijn toekomst!!

(De naam Groene kanaal, heb ik altijd begrepen, is gekomen doordat er maar weinig water in stond, dus hij was meest groen. Zoals Dik ook al schrijft, was het de bedoeling dat het water uit het achterland van de Baakse beek door het kanaal rechtstreeks in de IJssel kon lopen, als de waterstand niet te hoog was om zo het gemaal bij de Weide Blick minder te laten draaien. Na het graven van de veengoot is het kanaal minder groen geworden. WR)

 

Historische verhalen uit Vierakker